NieuwsProfile

Geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd door verkeerde termijnaanzegging

By 26 april 2016 No Comments

26 april 2016

Het Hof Den Haag heeft in zijn uitspraak van 7 juli 2015 bepaald dat een consument-schuldenaar geen buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd als de aanmaning een onjuiste termijnaanzegging bevat.

In casu heeft de schuldenaar nagelaten een tweetal tandartsrekeningen te betalen voor een bedrag van in totaal € 1.962,86. Infomedics Factoring B.V. (hierna: Infomedics) heeft de schuldenaar bij brief van 13 augustus 2014 aangemaand de vordering van € 1.962,86 te betalen. In de aanmaning was – voor zover i.c. relevant – de volgende regel opgenomen: “Wij verzoeken u dringend ervoor te zorgen dat het laatstgenoemde bedrag (…) binnen 14 dagen na dagtekening van deze brief op één van onze rekeningen is bijgeschreven.” Betaling is uitgebleven en Infomedics heeft de schuldenaar gedagvaard voor de kantonrechter tot betaling van een bedrag van € 1.962,86 te vermeerderen met rente en kosten, waaronder een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 294,43.

De kantonrechter heeft de vordering toegewezen met uitzondering van de buitengerechtelijke incassokosten, aangezien de aanmaning een onjuiste termijnaanzegging bevat. Deze termijnaanzegging is in strijd met de veertiendagentermijn van artikel 6:96 lid 6 BW. Tegen deze uitspraak is Infomedics in beroep gegaan bij het Hof Den Haag. Het beroep is gericht tegen de afwijzing van de buitengerechtelijke incassokosten.

Wanneer vangt de in artikel 6:96 lid 6 BW bedoelde veertiendagentermijn aan?
De regeling van artikel 6:96 lid 6 BW beoogt te voorkomen dat de consument-schuldenaar wordt overvallen door incassokosten en daarom veertien dagen krijgt om de vordering te voldoen, zonder dat incassokosten verschuldigd zijn.[1] Infomedics stelt dat de aanmaning een juiste termijnaanzegging bevat van veertien dagen na dagtekening van de brief (verzendtheorie). De wetsgeschiedenis van artikel 6:96 lid 6 BW bevat echter steun voor het standpunt dat moet worden uitgegaan van de ontvangsttheorie. De ontvangsttheorie houdt in dat de termijn van veertien dagen aanvangt op de dag nadat de schuldenaar de aanmaning heeft ontvangen en niet bij de verzending door de schuldeiser.[2]

Bovendien blijkt uit artikel 3:37 lid 3 BW dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring, om haar werking te hebben, die persoon moet hebben bereikt (behoudens enkele in het artikel genoemde ‘risico-uitzonderingen’).[3] In de jurisprudentie is voorts ook uitgemaakt dat een verklaring een persoon heeft bereikt in de zin van artikel 3:37 lid 3 BW als deze door de geadresseerde is ontvangen.[4] Dit betekent dat de aanmaning pas zijn werking verkrijgt als het door de geadresseerde is ontvangen en niet reeds door verzending. Het Hof oordeelt dan ook dat artikel 6:96 lid 6 BW zo moet worden uitgelegd dat de termijn van veertien dagen pas aanvangt op de dag na de ontvangst van de schriftelijke aanmaning door de schuldenaar.[5]

“Een aanmaning verkrijgt pas zijn werking als het door de geadresseerde is ontvangen en niet reeds door verzending.”

In casu was de schuldenaar bij verstek veroordeeld en kon niet worden vastgesteld wanneer de schuldenaar de aanmaning had ontvangen. In de aanmaning stond echter vermeld dat de schuldenaar binnen veertien dagen na dagtekening van de brief moest betalen, opdat anders incassokosten zouden zijn verschuldigd. Deze termijn is in ieder geval korter dan de termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na ontvangst van de brief door de schuldenaar. Of en wanneer de schuldenaar in casu de brief heeft ontvangen kan in het midden worden gelaten. De termijnaanzegging was onjuist en dit leidt tot afwijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.

“De termijnaanzegging was onjuist en dit leidt tot afwijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.”

Het is dus van groot belang dat de schuldenaar in de aanmaningsbrief duidelijk erop wordt gewezen wanneer de termijn van veertien dagen aanvangt. Indien dit wordt nagelaten, verspeelt de schuldeiser in beginsel het recht op betaling van de buitengerechtelijke incassokosten. Hierbij moet de schuldeiser ook rekening houden met het feit dat geen postbezorging plaatsvindt door PostNL op maandag.

Indien de aanmaning een juiste termijnaanzegging bevat, heeft de schuldeiser na het verloop van de veertiendagentermijn recht op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Uit jurisprudentie blijkt dat, om voor vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten in aanmerking te komen, het niet noodzakelijk is dat de schuldeiser na de veertiendagenbrief nog nadere incassohandelingen verricht.[6]

Bilt. Advocaten heeft ruime ervaring in de incassopraktijk en kan u adviseren en bijstaan bij uw incassozaken. Neemt u voor meer informatie over onze werkwijze gerust contact met ons op.

Hanna Hoegee, hhoegee@bilt.nl

[1] HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1405, r.o. 3.4.
[2] Kamerstukken I 2011/12, 32 418, E, p. 5 en Kamerstukken II 2010/11, 32 418, nr. 5, p. 4 en 6.
[3] Hof Den Haag 7 juli 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1896, Prg. 2015, 217, r.o. 11.
[4] HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4104 (Centavos/Nieuwenhuis).
[5] Hof Den Haag 7 juli 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1896, Prg. 2015, 217, r.o. 13.
[6] HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1405.