Profile

Ontslag op staande voet: Hoge Raad beperkt het voorwaardelijk ontbindingsverzoek

By 26 januari 2017 No Comments

26 januari 2017

Na de invoering van de Wet Werk en Zekerheid is onduidelijk of een voorwaardelijk ontbindingsverzoek van een arbeidsovereenkomst na ontslag op staande voet nog mogelijk is. Op 23 december 2016 heeft de Hoge Raad geoordeeld, dat dit nog beperkt mogelijk is in het geval de kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is geweest.

Voorwaardelijk ontbindingsverzoek

Bij een ontslag op staande voet kan een werknemer onder de Wet Werk en Zekerheid binnen een termijn van twee maanden een verzoek doen aan de kantonrechter het gegeven ontslag op staande voet te vernietigen. Procedures kunnen jaren duren. Om intussen zekerheid te krijgen dat de arbeidsovereenkomst in ieder geval eindigt, wordt in de praktijk door de werkgever vaak een verzoek gedaan tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De gedachte daarachter is dat de arbeidsovereenkomst door rechterlijke ontbinding eindigt en de loondoorbetaling beperkt is.

Uitspraak van de Hoge Raad

Dit Hoge Raad oordeelt op 23 december 2016 dat de voorwaardelijke ontbinding onder de Wet Werk en Zekerheid nog maar beperkt mogelijk is. Dit verzoek kan alleen nog als de kantonrechter het ontslag op staande voet vernietigt. In dat geval is het mogelijk de arbeidsovereenkomst te ontbinden, waarbij de werkgever vaak dezelfde feiten en omstandigheden kan gebruiken als voor het ontslag op staande voet en zo alsnog de gewenste beëindiging van de arbeidsovereenkomst kan bereiken.

Minder snel zekerheid

Als de kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet wel stand houdt, kan de werkgever geen voorwaardelijk ontbindingsverzoek meer doen. Als de werknemer dan in beroep gaat bij het Gerechtshof en het Gerechtshof het ontslag op staande voet alsnog vernietigt, dan ontstaat er voor de werkgever een probleem. Het Gerechtshof kan dan een herstel van de arbeidsovereenkomst bevelen, waarbij de werknemer met terugwerkende kracht recht heeft op loon. In dit geval heeft de werkgever niet het veiligheidsventiel van de voorwaardelijke ontbinding.

Conclusie

Hoewel een voorwaardelijke ontbinding nog wel mogelijk is, levert ontslag op staande voet minder snel zekerheid op voor de werkgever. Bij een ontslag op staande voet zal de werkgever zich dat goed moeten realiseren. Een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan bij een sluitend dossier op korter termijn naar verwachting meer zekerheid bieden.

Stéphane van Gassen, svangassen@bilt.nl