NieuwsProfile

Schending zorgplicht assurantietussenpersoon door verzekerde niet te informeren over tussentijds gewijzigde polisvoorwaarden

By 25 april 2016 No Comments

25 april 2016

Zorgplicht assurantietussenpersoon: verzekerde niet geïnformeerd over tussentijds gewijzigde polisvoorwaarden. Tussenpersoon aansprakelijk voor de schade.

X is eigenaar van een pand te Oostvoorne, waarin een duikschool, een (kite)surfwinkel en een restaurant zijn gevestigd. X heeft via Rabobank een verzekering afgesloten bij Interpolis. X is daardoor onder meer verzekerd voor alle zakelijke risico’s (zoals opstalschade, inventaris- en bedrijfsschade).

Na een wijziging in gebruik van het pand door X (verhuur restaurant aan een derde) heeft op 18 september 2012 een inspectie van het pand door een medewerker van Interpolis, in aanwezigheid van X en de contactpersoon van Rabobank, plaatsgevonden.

Rabobank stuurt in oktober 2012 een brief aan X waarin zij X adviseren de (nieuwe) polis goed door te lezen. In de nieuwe polis staat een voor X nieuwe clausule (clausule 009) vermeld waarbij aanvullende eisen worden gesteld aan de aanwezige elektrische installatie. Het niet voldoen aan deze nieuwe eis zorgt voor een eigen risico van 10%. In september 2013 wijst Rabobank X nogmaals op de clausules van de verzekering en het gevaar op dekkingsverlies.

In de nacht van 11 januari op 12 januari 2014 is door een brand het pand van X volledig verwoest. De schade wordt vastgesteld op € 977.760,41,-. De schade-expert van Interpolis wijst erop dat niet voldaan is aan clausule 009 en dat daarom 10% eigen risico op de schade-uitkering ingehouden moet worden. X maakt bezwaar tegen dit standpunt en de zaak komt uiteindelijk voor de rechter.

X stelt dat Rabobank haar zorgplicht als assurantietussenpersoon heeft geschonden doordat zij X niet op de hoogte heeft gebracht van het feit dat clausule 009 deel is gaan uitmaken van de verzekeringsvoorwaarden. Hierdoor kende X deze clausule niet en heeft hij er ook niet aan kunnen voldoen. Als gevolg hiervan heeft X schade geleden ter hoogte van € 89.469,64, zijnde het eigen risico (10% van de opstalschade, de opruimingskosten en extra kosten) dat Interpolis op de schade-uitkering in mindering heeft gebracht, omdat X niet heeft voldaan aan de clausule 009.

Een assurantietussenpersoon dient tegenover zijn opdrachtgever de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Het is zijn taak te waken voor de belangen van de verzekeringnemers bij de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen.

Tot deze taak behoort in beginsel ook dat – kort gezegd – de assurantietussenpersoon de verzekeringnemer tijdig opmerkzaam maakt op de gevolgen die hem bekend geworden feiten voor de dekking van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kunnen hebben. Dit brengt mee dat hij erop toeziet dat door of namens de verzekeringnemer aan de verzekeraar tijdig alle mededelingen worden gedaan waarvan hij, als redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon, behoort te begrijpen dat die de verzekeraar ervan zullen (kunnen) weerhouden om, voor zover in deze zaak van belang, een beroep te doen op het vervallen van het recht op schadevergoeding wegens de niet-nakoming van de in de polisvoorwaarden opgenomen mededelingsplicht ter zake van risicoverzwarende omstandigheden. Daarbij gaat het om feiten en omstandigheden die aan de assurantietussenpersoon bekend zijn of die hem redelijkerwijs bekend behoorden te zijn (HR 10 januari 2003, NJ 2003, 375).

Vast staat dat in de polis van oktober 2012 de clausule 009 is opgenomen die vóór 2012 nog geen onderdeel uitmaakte van de verzekeringsvoorwaarden. Het pand was sinds 1996 verzekerd bij Interpolis, met Rabobank als assurantietussenpersoon. Rabobank en X bespraken periodiek de bijzondere verplichtingen van X op grond van de verzekeringsvoorwaarden. Van Rabobank mocht als assurantietussenpersoon verwacht worden dat zij bekend was dan wel redelijkerwijs bekend behoorde te zijn met deze nieuwe clausule, dat zij X daarvan expliciet op de hoogte zou stellen en dat zij hem ook zou informeren over de gevolgen die deze clausule kan hebben voor de dekking van door X verzekerde schade.

Rabobank heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist, dat zij het voorgaande heeft nagelaten volgens de rechtbank. Rabobank heeft X niet voldoende geïnformeerd over de clausule 009 en de gevolgen daarvan. De brief van oktober 2012 van Rabobank aan X is volgens de rechtbank onvoldoende om aan de zorgplicht te voldoen. Ook tijdens het gesprek in september 2013 is slechts in algemene zin gewaarschuwd voor de van toepassing zijnde clausules terwijl een cliënt specifieke toelichting – in het kader van de zorgplicht – op de weg van Rabobank had gelegen.

De rechtbank komt tot de conclusie dat Rabobank tekort is geschoten in de op haar rustende zorgplicht. Op grond van artikel 6:74 BW is Rabobank in beginsel aansprakelijk voor de schade die X als gevolg daarvan heeft geleden.

De rechtbank verklaart voor recht dat Rabobank jegens X toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar taken en zorgplicht als assurantietussenpersoon en uit dien hoofde gehouden is om de schade te vergoeden die X dientengevolge heeft geleden en veroordeelt Rabobank om aan X te betalen een bedrag van € 89.469,64, te vermeerderen met de wettelijke rente en de (buiten)gerechtelijke proceskosten.

Rechtbank Rotterdam 2 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2070

Hanno Dubbeldam, hdubbeldam@bilt.nl